Buitenlandse gasten aan de Vakschool Schoonhoven hielden de Nederlanders een spiegel voor tijdens het vervroegde penningproject 2009. Nederlanders knipogen veel, leven onder zeeniveau en houden van oranje. Er zijn veel spinnen en baksteengebouwen, er zijn opvallend grote bladeren en grote huiskamerramen.
Acht Noorse en drie Duitse studenten verbleven drie maanden in Schoonhoven en ontwierpen, met vijf Nederlandse studenten, ieder een penning over: Holland in vorm.
In samenspraak met Jan Matthesius, docent aan de Vakschool, verzorgde de VPK een inleiding over penningkunst, de jurering en de prijsuitreiking. Vanwege de buitenlandse gasten vond het penningproject eerder in het studiejaar plaats dan te doen gebruikelijk. Het penningproject 2009 vond plaats in het najaar van 2008.

Bij elk thema liggen clichés op de loer. Bij Holland in vorm zijn dat, klompen, tulpen en molens. Randvoorwaarden en thema worden bij het penningproject juíst gesteld om de studenten aan te sporen de opdracht naar zijn of haar hand te zetten. Nieuwsgierigheid naar de oplossing voor inhoudelijke, technische en vormproblemen zijn veelal een garantie voor een geslaagd ontwerp.
In ieder penningproject zijn er leerlingen die de opdracht een dusdanige persoonlijke invulling geven dat een buitenstaander er niets van kan begrijpen. Ergens tussen cliché en privé is een gebied waar de penning communiceert, waar maker en kijker elkaar verstaan. Dit zijn de penningen die door de jury – dit jaar bestaande uit Ger Boonstra (voorheen verbonden aan het Nederlands Goud-, Zilver- en Klokkenmuseum) en Henriëtte Braakmann (docent beeldende vorming) en Mirjam Mieras – worden herkend als de beste.
Uit het Buffetfonds stelde de VPK ook deze keer drie geldprijzen beschikbaar en een eervolle vermelding, waarmee dus niet alleen de penningkunst in Nederland maar ook de penningkunst in Noorwegen en Duitsland zal worden bevorderd.
Sophie Schellbach (Duitsland) ontwierp een penning met een randschrift:
Als God in Holland. De tekst is gegraveerd in een forse roestige fietsbel waar bovenop een sinaasappelschijfje in zilver prijkt. De wonderlijke combinatie van onderdelen vormt een vrolijk geheel.
Franziska Behler (Duitsland) toont het alledaagse Holland in dia’s die in vier kubussen zijn gevat. Haar beeld van Holland is in dit werk altijd gelaagd en bestaat uit twee afbeeldingen. Een kat op straat en een slootje met knotwilgen. De vier kubussen, geklemd in een metalen frame, tonen 12, of eigenlijk 24, doorkijkjes. Pocket Memo noemt Franziska haar penning.
Lea Smit (Nederland) stelt in haar ontwerp: achter het nieuwe schuilt het oude. Dit randschrift in kloeke letters wordt geflankeerd door een melkwitte voorzijde van perspex met hedendaagse bloemmotieven. De keerzijde is van zilver, versierd met een ouderwets bloempatroon van kleine gaatjes. Houdt men de penning tegen het licht dan vermengt het patroon op de keerzijde zich met het patroon op de voorzijde.
Elisabeth Hammann (Duitsland) geeft haar ontwerp de titel: aan de ene kant, aan de andere kant. De penning in zilver met (knal)groen email is bescheiden van formaat en laat precies zien waar een Nederlander liever de ogen voor sluit. De penning is een kleine maquette: een dijk van zilver scheidt schrikbarend hoog zilverzeeniveau en laag drassig land van email. De keerzijde van de penning verbeeldt dezelfde plek maar zonder dijk, zonder weilanden en sloten. Alleen wat groene sporen resten. Klare taal op kleine schaal. Een mooie, verontrustende penning over Holland.
